Jean Nelissen Classic 2014

JNC ShirtAfgelopen weekend reed ik een “toertocht” in Luxemburg: de “Jean Nelissen Classic 2014”, voor de laatste keer zo genoemd, want vanaf volgend jaar heet de tocht “DTC Luxemburg Classic”.

Met geheel vernieuwde routes ook nog eens en de 165 kilometer die ik zou rijden tekende voor zo’n 3.250 hoogtemeters. In 2009 reed ik de 135 kilometer;  die stond nog levendig in de herinnering als pittig en ook dit keer hing de tong op de Sidi’s…

Hoewel de weersvooruitzichten goed waren, bleek dat zaterdagochtend weer eens geen steek waard, want het regende. Bovendien was het fris – na de temperaturen van de afgelopen dagen, was dat wel even omschakelen.

Ik vetrok toch maar met lange mouwtjes en een extra windvangertje, want dat kon altijd weer uit als ik Paula zou treffen. Zij bestuurde ook deze keer weer mijn eigen volgauto; hoewel zij uiteraard niet de hele route achter me aan reed, was het toch weer prettig om te weten dat ze altijd in de buurt was 🙂

Overigens gingen noch de lange mouwen, noch de windvanger uit, want hoewel het weer wel wat opklaarde en het stopte met regenen, bleef het fris.

Nog minder was het dat ik in de eerste de beste afdaling onderuit schoof. Die was glibberig, steil en donker en ondanks de relatieve slakkengang ging het in een haarspeld toch mis.

Ik belande wederom op mijn linkerkant, dus de net herstelde schaafwonden werden aangevuld met nieuwe exemplaren. Bovendien sloeg het stuur in mijn rechterknie en daar had ik de rest van de dag behoorlijk last van.

Relatief viel het allemaal weer reuze mee, ook gezien de lage snelheid, maar het gevolg was wel dat ik de rest van de dag in elke afdaling werd ingehaald door wandelaars die hun hond uitlieten…

Die kwamen me in de beklimmingen dan nog net niet voorbij, maar erg vlot gingen die ook niet. De gemiddelde helling in Luxemburg is aanzienlijk langer en steiler dan iets noordelijker in de Ardennen, laat staan in Limburg. En aangezien ze elkaar vrijwel zonder onderbreking opvolgden, begon dat al snel zijn tol te eisen.

Het optimistische idee dat ik wellicht de 180 kilometer zou kunnen rijden liet ik na mijn val al varen en ik koos gewoon voor de 165 kilometer aftakking na een kilometer of 20. Sterker nog: ik had er bij de eerste bevoorrading, waar Paula ook stond, helemaal al weinig zin meer in.

Net als dik een maand terug bij de Peter van Petegem Classic, besloot ik in blokjes van 20-25 kilometer verder te rijden tot ik het zat zou zijn. Uiteindelijk twijfelde ik alleen bij de (laatste) splitsing 135/165 kilometer nog even, maar net als een maand terug reed ik uiteindelijk toch de hele rit uit.

Gezien de controle (stempels) ging ik er bovendien ook nog vanuit dat er een glimmende medaille of ander aandenken zou worden uitegereikt – ik wist dat van 2009 niet meer, maar bij DTC doen ze niet aan die flauwelkul, dus behalve de stempelkaart – en de schaafwonden – heb ik geen souvenier. Ja, het stuurbordje, dat vanwege de regen uit elkaar viel…

Inmiddels hebben we van de organisatie al wel een “bedankt voor je deelname” email ontvangen – vreemd genoeg wordt daarin met geen woord gerept over het lot van de ongelukkige die ik halverwege op het asfalt zag liggen. Hij had op een bijzonder ongelukkig punt in de route – een beboste, smalle en steile beklimming – een hartaanval gehad en werd gereanimeerd door medefietsers.

Even later kwam ons de ambulance tegemoet en zelfs een trauma helikopter kwam vlak daarna overvliegen. Navraag bij de twee volgende controleposten en bij de finish maakten mij (ons) niks wijzer en ik hoop maar dat het relatief goed afgelopen is met de man.

Conclusie

De labels “zwaarste toertocht” en “vergelijkbaar met Les Trois Ballons” worden niet voor niks op deze tocht geplakt. En inderdaad is de omgeving – voor zover niet door de dichte bebossing aan het oog ontrokken – prachtig.

Verraderlijk zijn echter de bordjes bij het begin van een beklimming. Er staat op hoe lang die is, hoeveel hoogtemeters erin zitten, wat het gemiddelde en het maximale stijgingspercentage is.

Zo is de Coteau de Hondsbierg bijvoorbeeld 4.300 meter lang, met 229 hoogtemeters. Dat lijkt dan mee te vallen, want 5,3% gemiddeld – het maximum is 18% zo staat er te lezen. En dat klopt, maar pakweg 90 hoogtemeters worden overwonnen in een stuk van 500 meter en dat is dan die 18% – dat is wel iets anders dan een strookje van 50 meter of zo, zoals op de Keutenberg…

Een mooie en best wel loodzware toertocht, die naar mijn mening wel iets teveel de nadruk op loodzwaar wil leggen. De beklimmingen zijn bovendien soms zo “landelijk” dat het ook niet veel meer dan een houthakkerspad betreft.

Geasfalteerd dat wel, maar door de begroeiïng wordt de afdaling die volgt al snel gevaarlijk als het nat is, zelfs lang nadat het weer opklaart.

De verzorging is trouwens wel een stuk beter dan ik mij van 2009 herinner en al met al is het zeker een tocht die je wel een keer op je agenda mag zetten.

De Garmin registratie vind je hier.