Ulmen 2005

Bike Rebels go Eifel

10 t/m 16 september, FeWo Eva Dietzen

De Bike Rebels, nou ja: drie van hen dan toch, hadden hun hoogtestage dit jaar in de Vulkaan Eifel, grofweg in het gebied tussen Koblenz en Trier.

Uitvalsbasis was het idyllische Ulmen, bekend van de Ulmener Maar, de Jungferweiher én de Burgruïne. De Vulkaan Eifel is trouwens helemaal een ‘historisch archeologisch’ interessante omgeving. Er was dan ook zo veel te zien en te doen, dat er bijna niet meer gefietst werd, tot ongenoegen van C. natuurlijk…

Aangetekend moet daarbij wel worden, dat W. al een tijdje problemen had met zijn knie(ën) en niet tot veel inspannend (klim)werk in staat was, hetgeen – volgens C. tenminste – sowieso nooit het geval is.

Zaterdag (reisdag)

Nadat we Rose Versand nog even hadden geplunderd (en zij onze creditcards), kwamen we rond 15:30 in Ulmen aan. Snel nog even wat inkopen bij de plaatselijke supermarkt en op naar Frau Dietzen om de spullen uit te pakken. We waren nét een week te laat voor het écht mooie weer dat in september de overhand had, maar het was al met al best redelijk weer. Want, in tegenstelling tot in die goeie ouwe tijd, waarin regen een vereiste was voor fietsplezier, schijnen sommige Bike Rebels een vreemd soort waterallergie ontwikkeld te hebben, waardoor er nu alleen nog maar gefietst wordt als de zon schijnt.

Zondag

Derhalve werd er zondag meteen al niet gefietst en werd in plaats daarvan de omgeving verkend.
Eerste hoogtepunt was de ‘Wasserfall’ van Nohn – je stelt je er veel bij voor, maar alhoewel het wel een mooie waterval bleek te zijn, loopt het bij ons harder van het dak, als het flink regent…

Vervolgens werd een poging ondernomen om de Eishöhlen van Birresborn te bezoeken, maar die poging strandde (ter plaatse aangekomen) op het ontbreken van een zaklamp in onze bagage én de inmiddels hevige regenval. Als troost werd in Daun een lekker ijsje geconsumeerd, waarbij C. tot zijn verbijstering ontdekte dat ze nog gewoon hadden kunnen meefietsen in het Vulkanbike Festival.

‘s Avonds werd C. de jeuk trouwens te veel en stapte hij nog even op de fiets voor een lokaal rondje – ondertussen kon W. zijn fiets saboteren. Ineens bleek namelijk dat een spaak in het achterwiel het had begeven en een aantal anderen ‘op instorten’ stonden. Ja, ja…

Maandag

Al met al werd er derhalve maandag wéér niet gefietst, want W.’s fahrad moest eerst ter reparatie worden aangeboden bij de plaatselijke rijwielhersteller, die zijn handen nog vol had aan de naweeën van het Vulkanbike Festival. Terwijl een nagelbijtende C. steeds wanhopiger werd, werden er wat inkopen gedaan in Daun en werd Ulmen grondig verkend. W.’s fiets bleek uiteindelijk toch vakkundig gerepareerd, maar ondertussen was de dag goeddeels voorbij.

Dinsdag

Terwijl C. in eerste instantie maar in bed bleef liggen onder het roepen van ‘Eerst zien, dan geloven – er zal wel weer een ventiel bij je afbreken’, bleek alles nu eindelijk in orde en konden zowaar de fietskleren worden aangetrokken. Verder dan een tweetal voorzichtige verkenningen rondom Ulmen kwamen we niet, want eerst moesten er nog knieën getest worden en zo…

Maar goed, het was tenminste iets en C. kon zijn energie toch nog wel kwijt in een aantal stompzinnige uitdagingen. Bovendien moest hij alles ook nog op de video vastleggen en dát kostte nog wel de meeste energie, veel fietsen met één hand aan het stuur en één aan de digicam…

Woensdag

Uitgeput van de immense inspanning(en) van de dinsdag, werd de woensdag weer ‘excursiedag’. Frustrerend voor C. die aan de voet van elke heuvel die per auto werd bedwongen, zeker die met heuse, steile haarspeldbochten, een satanisch lachende Armstrong meende te ontwaren.

Maar goed, de Lavabombe van Strohn en de Niederburg van Manderscheid, had hij natuurlijk ook niet willen missen (‘nee, maar je kan hier ook met fiets komen’, was een veelgehoord commentaar).

Hoogtepunt voor W. was de Bitburger Brauerei; hoewel hij de gehoopte rondleiding niet kon krijgen ‘scoorde’ hij hier wel een prachtige golfpolo en een Bierstein, of was het nou een Steinbier?

Vervolgens werd Trier bezocht, alwaar C. ontdekte dat hij ditmaal geen reserve batterij voor de digicam bij zich had, zodat daar weinig van is vastgelegd (althans op tape).

Donderdag

Tot intense en dolle vreugde van C. werd besloten de voorgenomen ‘tocht der tochten’, over de Vulkanradweg, naar de Nürburgring en terug, ook daadwerkelijk te ondernemen.

Althans, men zou wel zien waar het schip strandde, want enige bedenkingen waren er wel. Toen er na een kilometer of 5 twee op apegapen lagen en C. dartel kwispelend de moed erin probeerde te houden, leek het allemaal toch een brug te ver.

Maar zie: zoals wel vaker, bleken ze te beschikken over onvermoede krachten, werd kilometer na kilometer bijna letterlijk verslonden en werd het doel wel degelijk gehaald.

Trotser zijn ze dan ook nog niet geweest en zelfs de extra balast van aangekochte cadeautjes (in de Nürburgring shop natuurlijk) werd op de terugweg nauwelijks gevoeld.

Vrijdag

Tja, vrijdag – je voelt het natuurlijk al aankomen: hersteldag. Nou ja, we zouden toch vertrekken, omdat T. en C. zaterdags een Riichi mahjongtoernooi hadden. Het alles weer bij elkaar vegen en in de auto proppen, kostte trouwens al energie genoeg…

Rond het middaguur vertrokken de dappere dodo’s weer richting Nederland.