Toertochten 2006

Dit jaar was een beetje een kwakkeljaar – beter dan 2007 , maar het niveau van 2004 / 2005 werd niet meer gehaald. Ook was er dit jaar geen hoogtestage, hoewel er wel werd getraind in het Limburgse land. Nadat Toerbeest en Cyclopaat daar later dat jaar zelf naar verhuisden, kon in elk geval C. nog de nodige (klim)kilometers maken (soms vergezeld door Woossie).

Qua toertochten waren de AGR en de Jan Janssen Classic de uitschieters, veel meer was het niet.

Jan Janssen Classic

17 juni

De vrienden van Toerclub Wageningen hadden het ook dit jaar weer goed voor elkaar. Het weer was prima, iets minder warm dan vorig jaar, de organisatie aan de start- en finishplaats wederom goed, kortom: de Bike Rebels waren blij ook nu weer van de partij te mogen zijn.

En ze hadden gekozen voor de 150 kilometer ditmaal, hoewel Cyclopaat lang had geprobeerd ze ‘all the way’ mee te krijgen, d.w.z. voor 200 kilometer. Hij wist namelijk nog goed dat de imposante lijst ‘bergen’ op het brevet, vaak nauwelijks uit veel meer dan vals plat bestonden. En dat na de AGR – dan moest het toch geen probleem zijn? Maar goed, hij stond alleen in zijn mening, had ook in zijn eentje de 200 kunnen rijden, maar koos uiteindelijk toch eieren voor zijn geld…

Beduidend vroeger van start gegaan, mede vanwege de verwachte ‘hitte’ (maar dat viel dus mee) en omdat de 150 niet eerst ‘linksom’ de groene lus doet, al ruim voor negenen op de foto. Het echte zware werk zit natuurlijk ook in de rode lus, eigenlijk pas vanaf de 1e controle, na 85 kilometer. De bewegwijzering vonden we trouwens af en toe wat te wensen over latend, want meer dan eens werd er getwijfeld, ternauwernood niet, of juist wél verkeerd gereden en derhalve leek het soms wel een puzzeltocht. Om de / het (?) Rozenbos en de Kaap te kunnen bedwingen, moesten we nota bene vanuit Rheden eerst weer een stukje terug, omdat het bordje richting Rozenbos niet gezien werd. En ook daar, gezien het aantal vertwijfelde deelnemers met hetzelfde probleem, waren we dus niet de enigen…

Maar de schoonheid van het parcours maakt dan wel weer een hoop goed, dus genoten werd er wel. Veel hogere percentages dan 11% werden door de fietscomputer trouwens niet genoteerd, maar wel dik 1.100 hoogtemeters. Het gemiddelde percentage van 5,2% was niet hoger dan dat van vorig jaar, de totale hoogtemeters uiteraard wel. Maar goed, gegeven de extra afstand (ongeveer 40 kilometer) was het toch ‘overall’ iets meer een uitdaging te noemen.

De ‘netto fietstijd’ was dit jaar bijna 6 uur en 21 minuten; over 154,75 kilometer gemiddeld 24,4 kilometer dus. Dat is minder dan vorig jaar, maar toen was Woossie nog in goede doen…

Afijn, tevredenheid overheerst natuurlijk – en terecht.  Cyclopaat sprak onderweg nog wel eens met deze en gene (hij moest toch steeds wachten) en hoorde zo menigeen verzuchten dat het tegen viel. Blijkt dat toch niet iedereen de AGR heeft gereden en dus moet lachen om de Jan Janssen Classic 🙂

AGR

15 april

Na hun ‘pittige’ voorbereiding van de afgelopen weken, waren de Bike Rebels vol vertrouwen in een goede afloop van hun AGR van dit jaar. Het mocht dan wel 150 kilometers over niet geheel vlak terrein zijn, de voortekenen waren gunstig; Woossie’s knieën hadden het gehouden, Toerbeest had haar aanvankelijke angst laten varen nu ze de betrekkelijkheid van het begrip ‘berg’ in Nederland had gezien en Cyclopaat had beloofd het rustig aan te doen. Bovendien, voor een club mooi weer fietsers (dat was vroeger wel anders: sla de verslagen van de AGR en Elfstedentocht 2005 er nog maar eens op na!) was de weersverwachting redelijk gunstig.

Dus, 6:00 opgestaan, toch voor de lange kleding gekozen (en maar goed ook, want zo warm was het niet) en rond 7:40 stonden ze klaar voor de teamfoto. Even later (7:48) waren ze vertrokken, waarbij opviel dat het om die tijd nog een stuk rustiger is aan de start. T. reed ditmaal niet meteen lek op de Geulhemmerberg en de Bemelerberg zorgde voor lekker opgewarmde spieren. Hierna volgde eigenlijk een traject van een kilometer of vijfendertig dat best wel een wat opliep, maar waar geen echte, benoemde bergjes in zaten.  Bij de eerste ‘verzorgingspost’ werd dan ook een klein half uurtje ‘gerust’,  want niet lang daarna wachtte de Loorberg die wél meetelde voor de bergtrui.

C. had ondertussen behoorlijk de pest in, want hij ontdekte dat hij de verkeerde CycloMaster had meegenomen, die dus niet aan de computer kan worden gehangen voor die prachtige grafieken. Gelukkig had hij de videocamera mee, dus dat verschafte nog wat afleiding; er staan heel veel zwaaiende en groetende deelnemers en toeschouwers op onze video 🙂

Na de volgende serie bergjes kwamen toch de eerste bezorgde blikken en geluiden op tape: het bleek W. en T. niet mee te vallen. Hetgeen C. natuurlijk eerst hikkend weglachte, maar nadat we een stukje door België hadden geklommen en de Camerig er nog eens een schepje bovenop had gedaan (terwijl het Drielandenpunt naderde), besloot hij toch maar wijselijk wat in te binden en net te doen alsof hij met ze meevoelde…

Nadat de ‘8 van Vaals’ was gerond en we Mechelen wederom voorbij waren, kwam de tweede verzorgingspost voor die arme sloebers dan ook als een oase in de woestijn. Hier werd ruim een half uur gerust, tot ongenoegen van C. natuurlijk, maar die durfde niks meer te zeggen. Na de Kruisberg en de Eyserbosweg was er volgens C. weinig meer aan de hand, tot aan de laatste drie beklimmingen.

Op de kaart zag Huls er dan ook niet uit als een beklimming, maar die was dat dus wél en daar boven aangekomen, was T. het dan ook helemaal zat (ook met C. die immers had ‘gelogen’) en had W. bovendien een lekke band. En hoewel C. die gauw had vervangen, dreigde het moraal onder het nulpunt te zakken. Overigens was die lekke band de enige (materiaal) malheur van de dag; C.’s achterband stond zondagmorgen ook plat, maar daar had hij gedurende de tocht geen last van. Afijn, roep op zo’n moment nog maar eens ‘we zijn er bijna jongens’, met de Bergseweg, de Fromberg én de Keutenberg nog voor de boeg – nee, C. riep niet veel meer…

Afijn, gelukkig was de Keutenberg zo druk, dat lopen daar door de meesten werd gedaan, hetgeen W. en T. dan ook maar deden en zij vonden die achteraf dus wel meevallen. Alleen C. wist ‘op de fiets’ te blijven en naar boven te fietsen, hoewel dat wel slalommend ging, gezien de drukte. Ach en dan ligt daar die Cauberg als laatste, maar daar word je door het publiek gedragen, dus dat is dan toch een makkie? Om 15:43 werd de streep gepasseerd – officieel dus 7 uur en 55 minuten over 151,4 km. Het gemiddelde is dan net minder dan 20 km / h. waar C. had gehoopt op net boven de 20, maar dat zat er nog niet in dit jaar. Nou ja, als je de ‘zuivere rijtijd’ op ongeveer 7 uur stelt (C. had 6:22 staan – die heeft de rest van de tijd lekker staan filmen), dan zit je er wel boven 🙂


C. legt filmend op de fiets de finish vast

En ja, ja, jammer: ondanks ‘geruststellende’ verzekeringen van de organisatie, ook dit jaar weer geen finishfoto van (al) onze helden. C. is wél gefotografeerd, waarschijnlijk omdat hij filmend over de finish kwam. De vlak achter hem rijdende T. en W. staan er dus niet op, terwijl sommige deelnemers zijn wel 4 keer gefotografeerd – wat een sof…

C. durft het nog niet hardop te zeggen, maar verwacht dat de Bike Rebels volgend jaar voor de 200 km inschrijven (‘Kijk maar op de kaart: ook maar 15 beklimmingen en niet eens het Drielandenpunt!’ zit hij zich in gedachten al voor te bereiden) – voorlopig zijn de andere twee Bike Rebels beretrots op de prestatie van dit jaar – en terecht!

Voorbereiding AGR

Als training voor de AGR betrokken we in het weekeinde van 24 tot 26 maart een huisje in Arensgenhout om van daaruit een paar trips te ondernemen. We hadden het Grote ANWB fietsrouteboek er maar eens bij gepakt en daaruit twee routes gekozen: nr. 99 de Plateauroute (35 km) en nr. 100 de Vijlenerboschroute (26 km).

(“Ja, dat zijn nog eens ritten” schamperde C. maar gezien de kille blikken die hij daarop terug kreeg, hield hij verder wijselijk zijn mond en reed gewoon iedere heuvel 2 of 3 keer…)

Vrijdag was het al wat te laat voor een (volledige) route, dus oriënteerden we ons op de kaart van de Plateauroute; we reden eerst de Cauberg op, volgden vervolgens een stukje de route, gingen bij Ingber linksom via de Dodemansweg eerst de Keutenberg áf, door Schin op Geul, waarna De Keutenberg volgens de AGR route werd beklommen. Fietsend door Cyclopaat, lopend door Woossie en Toerbeest 🙂 Vervolgens werd de route vervolgd maar bij Gulpen gingen we ‘terug’ via wederom Schin op Geul en Klimmen richting Hulsberg.

Zaterdag verplaatsten we ons eerst met de auto (tot ongenoegen van C.) naar Vijlen om van daaruit – in omgekeerde richting – de Vijlenerbosch-route te doen. Ook nu weer met een kleine ‘detour’ want de Vaalserberg konden we natuurlijk niet links laten liggen. Waarmee we meteen in drie landen hebben gefietst dit weekeinde. De afdaling ging via België, waarna we in de buurt van Gemmenich de route weer oppakten…

C. wilde nog even van de route afwijken om van het plaatsnaambordje ‘Kuttingen’ een foto te maken (‘Zeker de zusterstad van Kötterichen’, hikte hij – dat plaatsje kwamen we vorig jaar in de Eifel tegen), maar de anderen vonden het wel welletjes.

Zondag werd de Plateauroute wederom gereden, waarbij we deze keer via de Daalhemmerweg op de route belandden. De Keutenberg werd gemeden (tot ongenoegen van…), maar de route bleek nog best wel een paar andere leuke ‘uitdagingen’ te bevatten, zoals een klim van 15% in de buurt van Euverem. Verder was het redelijk te doen; de wind blies meestal in de rug (gek genoeg) of werd ‘afgevangen’ door soms metershoge aarden wallen. En het bleef ook nu weer droog – dat de fietsen er uiteindelijk niet uitzagen, kwam omdat de wegen niet altijd even strak geasfalteerd waren natuurlijk – het blijft een landelijke fietsroute, waarbij landelijk letterlijk genomen moet worden 🙂

Al met al hebben we zo’n 110 kilometer door het vaak adembenemende Limburgse landschap gefietst. Weliswaar in drie delen, maar toch – een goede indruk van wat ons te wachten staat, hebben we waarschijnlijk wel gekregen. En het bleef droog, althans de tijd dat wij op de fiets hebben gezeten. En of dát 15 april ook zo zal zijn? We zullen zien en dan nog, het valt dus misschien niet mee, maar dat was nou toch juist ook de uitdaging?